Angstreflex – als je lichaam even niet meedoet

Ik weet het nog zo goed. Ik had besloten dat ik mijn natuurlijke bewegingspatronen wilde verbeteren en had daar een hele fijne trainer voor gevonden.

We begonnen met klimmen in bomen en ik mocht op een lage, horizontaal hangende tak starten. Zag er haalbaar uit, maar viel dat even tegen! Poeh, wat was het lastig om mijn balans te houden! Helemaal toen ik me op die tak moest gaan verplaatsen. Hoe dan?!

Hoe harder ik het probeerde, hoe meer mijn lichaam verstijfde en hoe duidelijker ik voelde dat vallen een HEEL reële mogelijkheid was. De bosgrond zag er steeds onprettiger uit en leek steeds verder weg te liggen. En ondertussen kwam ik nauwelijks verder op die tak.

Wat was ik bang. En boos, omdat ik bang was. Bij de allereerste les al! Op een laaghangende tak! Lekker begin!

En toen moest ik stilzitten van mijn trainer. Wat?! Ik kwam toch voor bewegen? Ik moest toch over die tak zien te kruipen?

Daarna werd het nog gekker, want ik moest van de tak af springen. Huh? De opdracht was toch juist om óp de tak blijven?

Nu moet ik hard lachen om die beperkte mindset, maar toen zat ik er helemaal in gevangen. Het doel was bewegen op de tak, en dat ging ik doen. Hoe dan ook. Maar met een lijf dat in een angstreflex schiet is het heel slecht klimmen. Dat merk je direct, en dan wordt de reflex alleen maar sterker, waardoor je meer verstijft en meer risico loopt om juist wel te vallen.

Met paardrijden is dat niet anders. De angstreflex maakt dat je verstijft, onder andere in je heupen. Daardoor wordt je rug hol, gaan je voeten naar buiten staan, ga je duwen met je voeten in de beugels en terugwerken met je handen. Dat verstoort je balans in het zadel, wat de reflex alleen maar sterker maakt. Hallo vicieuze cirkel…

Maar even terug naar die tak. Wat ik daar moest doen was eraf springen. Zo voelde ik hoe kort de afstand naar de grond daadwerkelijk was, en hoe ik mezelf in veiligheid kon brengen als ik mijn balans zou verliezen. En verrek, binnen een paar keer leek de bosgrond steeds minder ver weg, voelde ik mijn lichaam ontspannen en kwam er als vanzelf een oplossing in me op, hoe ik over de tak kon bewegen.

Zo werkt het met valtraining ook. Hoe bekender je wordt met de ruimte tussen de paardenrug en de grond, hoe veiliger de grond wordt, hoe meer vertrouwen je opbouwt en hoe makkelijker het wordt om je angstreflex om te buigen. Als je het op een verantwoorde manier aanpakt natuurlijk.

Oefenen met vallen zou ik je niet aanraden zonder begeleiding, en boomklimmen is ook niet aan te raden in je eentje. Maar als je nu zelf al iets wilt doen voor je gevoel van veiligheid, dan kun je wat vaker afstijgen tijdens je training. Van beide kanten, en misschien zelfs in stap. Zorg dat je zacht landt op de bal van beide voeten door je bil- en buikspieren wat aan te spannen, door je knieën te gaan en je tenen iets op te krullen, alsof je de grond vast wilt pakken. Train je ook gelijk je vering.

Uiteraard houd je het veilig! Zorg dat je hulp hebt van iemand die je paard kan begeleiden en ook mentaal de verbinding met hem houdt. Dus iemand die kalm blijft en dat doorgeeft aan je paard, terwijl jij bezig bent met op- en afstijgen. Is dit nog steeds niet genoeg en blijft je paard onrustig, dan ontbreekt er een belangrijk stuk in zijn training en is het verstandig om je focus eerst daarop te leggen.

Kan je paard ontspannen blijven, breng dan steeds meer variatie in het op- en afstijgen zodat jullie daar allebei lekker makkelijk in worden. Veel plezier!