Wisselwerking

Jouw balans als ruiter heeft veel invloed op je paard, maar andersom is dat ook zo: op een paard dat uit balans is, is het veel lastiger om zelf correct te zitten.

Om in balans te bewegen, moet je paard o.a. zijn ribbenkast iets optillen tussen zijn schouders. Dat wordt ook wel een schoftlift genoemd. (Foto 1, 4, 5, 6). Als jouw paard daar moeite mee heeft, is hij in feite nog aan het leren om een ruiter te dragen.

In dat leerproces gaat hij in en uit balans en draagt zichzelf en zijn ruiter soms wel, soms niet. Dat is normaal in het trainingsproces, maar kan wel tot een vicieuze cirkel leiden, waarbij jullie elkaar uit balans brengen.

Een paard dat uit balans is, laat zijn schoft zakken en stuwt met zijn achterbenen. Dan zit je als ruiter als het ware op een glijbaantje, terwijl je bij elke afzet van het achterbeen een duw naar voren krijgt. (Foto 2 en 3) Als je daarin meegaat, wordt jouw gewicht steeds meer naar de voorhand gezet en wordt het steeds moeilijker voor je paard om terug in balans te komen.

Je zult daarom een positie moeten vinden waarin je je balans kunt behouden, zo onafhankelijk mogelijk van de balans van het paard. En waarin je je paard kunt helpen met stabiliseren als hij zijn balans verliest. (Foto 3)

Dat begint met stabiliteit en vering in je zit ontwikkelen. Trainen in verlichte zit is een goede start, met beugels die kort genoeg zijn om je billen ver genoeg naar achteren te brengen en lekker te kunnen veren in je heupen, knieën en enkels. (Foto 4)

Hiermee train je de basis ingrediënten voor een gebalanceerde dressuurzit, en plaats je bovendien je gewicht op een stukje van de rug van het paard, waar hij je ook kan dragen als hij (nog) niet verzamelt. (Foto 5)

Als je paard sterk genoeg is om zijn onderlijn meer te sluiten en zijn gewicht naar achteren te verplaatsen -het proces van verzameling- komt zijn rug verder omhoog en kan hij je meer gaan dragen onder je zitbeenknobbels. (Foto 6)