Balans op een paard krijg je niet zomaar

Het is ook niet niks, om je benen even om de ribbenkast van een paard te vouwen. Zelfs in een zadel dat jou goed past, vraag je van je heupen en rug iets heel anders dan in het dagelijks leven.

De hoek tussen je bekken en je bovenbeen

In het dagelijks leven sta je en loop je met een klein holletje in je onderrug. Heel normaal en functioneel.

Als je zit, wordt je onderrug vaak wel recht (foto 1) zoals je ook stabiel op op een paard zit, maar dan is de hoek tussen je bekken en je bovenbeen heel anders dan in het zadel.

Als je deze houding vergelijkt met de houding op een paard (foto 2), zie je dat de hoek tussen het bekken en het bovenbeen in het zadel veel groter is, terwijl je rug in dezelfde houding blijft. Dit maakt dat o.a. je psoas een heel stuk langer moet worden dan ‘ie gewend is.

Psoas?

Je psoas is een spier die loopt vanaf je eerste lendenwervels, voor je heupen langs, naar de binnenkant van je bovenbenen. Hij verbindt dus je romp met je benen. In dit filmpje wordt heel duidelijk uitgelegd bij welke bewegingen je psoas is betrokken: https://www.youtube.com/watch?v=8BVQbK2rUhY

Als je staat en loopt, heb je een holletje in je onderrug en zijn je lendenwervels dus wat verder naar voren dan bij paardrijden. En als je zit, zijn je bovenbenen veel hoger dan bij paardrijden.

Gewenning

Daar raakt ie aan gewend, die psoas. Bovenbenen en onderrug die zitten, héél veel zitten, en verder wat staan en lopen. Lekker makkelijk. Totdat je op een paard gaat zitten, en je benen om die brede ribbenkast wilt vouwen.

Dan vraag je ineens van je psoas dat ‘ie veel meer lengte geeft, en in die lengte nog kan veren ook. Zodat we onze bovenbenen kunnen laten zakken, terwijl onze onderrug recht blijft, én we de opwaartse beweging in het paard kunnen volgen. En oh ja, onze knieën en voeten ook graag naar voren wijzend, en niet naar buiten.

Wat er gebeurt in het zadel

Dat gaat niet vanzelf. Wat er meestal gebeurt is ofwel een onderrug die steeds weer hol wordt (foto 3), ofwel benen die naar voren blijven gaan in een stoelzit (foto 4). In beide gevallen blijft de hoek tussen bekken en bovenbeen teveel gesloten. En soms draaien ook de knieën en voeten naar buiten- de bekende kapstokvoeten.

Allemaal heel menselijk, want het is nu eenmaal wat je voor het overgrote deel van de dag doet. Maar om als ruiter in balans te komen met je paard, is meer nodig dan dat.

Training, en misschien zelfs behandeling, zodat je weefsels weer beschikbaar worden voor training. Net als bij je paard: een proces.

Daarbij kun je denken aan specifieke oefeningen, zoals bijvoorbeeld die hieronder, maar het allerbelangrijkste is om meer variatie in je dagelijkse beweging te brengen. Passieve fysio voor mensen eigenlijk. 😉

In een Ruiterbalans Traject krijg je er hulp bij van Michael Tijsterman (Life Advanced) en combineer je het met gerichte training voor je ruiterbalans van mij.

Nu iets doen voor je psoas?

Ga op je rug op de grond liggen, met je knieën gebogen en je voeten op de grond. Zoek voor je voeten een positie op heupbreedte, waarin je voelt dat je onderrug contact maakt met de grond, zonder dat je je buikspieren hoeft aan te spannen.

Trek één knie op, breng deze naar je borst en houd ‘m daar met hulp van je handen, zodat je voelt dat je onderrug in contact blijft met de grond. Laat nu je andere been naar de grond zakken door je voet rustig over de grond te laten glijden, totdat je been ligt en je voet niet meer plat staat, maar op je hiel rust.

Adem rustig door en laat het gewicht van je liggende been zijn werk doen, terwijl je onderrug in contact blijft met de grond. Als het lukt 90 seconden of meer, maar ga op je eigen gevoel af: wat voelt in dit moment oké voor jou?

Wissel van been, zorg dat je onderrug contact houdt met de vloer en laat het gewicht van je andere been weer zijn werk doen, als het lukt 90 seconden of meer. Maar volg je gevoel: het is de bedoeling dat er uiteindelijk ontspanning komt in je heupen. Als je te snel teveel wilt, creëer je alleen maar meer spanning.

Zet dan je voeten weer op de grond. Voel je dat je je voeten verder bij je vandaan kunt zetten (dus je knieën minder hoeft te buigen) terwijl je onderrug toch in contact met de grond blijft? Dat is de lengte in je psoas die je zojuist hebt gewonnen.