Help je heupgewrichten: 3 tips bij spanning

Je heupgewrichten. Zó belangrijk voor paardrijden, en zó lastig om aan te sturen.

Ze leiden eigenlijk best wel een eigen leven, je heupgewrichten. Zodra er angst of spanning om de hoek komt kijken, zijn ze direct klaar voor actie.

Of je nu wilt of niet, dan gaan ze in de wegrenstand: ze trekken je bovenlichaam een beetje naar voren, je rug een beetje hol, en je knieën en voeten ietsje naar buiten. Superhandig als je plotseling een sprintje moet trekken, maar niet zo’n goed idee op een paard.

Want met je rug hol en je voeten naar buiten wordt je zit instabiel, en ga je in een reflex steun zoeken op de teugels en stijgbeugels. Je vering raakt zoek, waardoor je verandert in een soort baksteen op de rug van je paard. Als je paard je spanning eerder nog niet had overgenomen, gebeurt dat nu wel. Zijn hoofd komt omhoog, zijn rug verstrakt en zijn gewicht gaat naar de voorhand.

Sommige paarden gaan hier ook van in de wegrenstand, anderen gaan juist staken. In beide gevallen wordt het er voor jou als ruiter niet leuker van, waardoor de spanning verder oploopt. En je heupen verder in de wegrenstand gaan. En je paard nog groter aangeeft dat dat niet lekker voelt.

Hoe kun je dit nu doorbreken?

Ten eerste: door jezelf de veiligheid te gunnen van afstappen, als de spanning te hoog oploopt. We worden er vaak raar voor aangekeken als ruiters. Maar even de spanning eruit bewegen is voor ons ook goed, net als voor veel paarden. En als dat in het zadel niet lukt, dan doe je dat toch op de grond. Zo creëer je veiligheid voor jezelf, zodat je ook je paard veiligheid kunt bieden. Beloof het jezelf, doe het een paar keer en voel het effect.

Ten tweede: oefen eens met de “wegrenstand” op de grond, en wissel dat af met paardrijstand, maar dan in de verlichte zit. Je hoeft niet echt weg te rennen, het gaat om het oefenen van de houding voordat je die in het zadel opzoekt. 😉

Voor de wegrenstand buig je je knieën, trek je je rug iets hol, kom je met je bovenlichaam iets naar voren en draai je je voeten en knieën ietsje naar buiten. Om naar paardrijstand in verlichte zit te komen, draai je je voeten en knieën weer ietsje naar binnen, maak je je rug recht in plaats van hol (je wilt een recht vlak voelen vanaf de onderkant van je ribben, helemaal naar beneden over je onderrug), buig je je knieën iets verder en breng je je billen ietsje naar achteren.

Ten derde: als je paard en jij allebei weer oké zijn om door te gaan met rijden, stijg dan weer op en oefen nog voor het wegstappen met afwisselen tussen de wegrenstand en de verlichte zit. Is één van jullie niet oké, dan schakel je natuurlijk (professionele) hulp in voor je weer opstapt.

Voor verlichte zit in halt hoef je je billen niet uit het zadel te tillen, alleen iets naar achteren te schuiven. Zorg voor dat rechte vlak in je onderrug en maak contact met de binnenkant van je bovenbenen, doordat je ze naar het zadel draait. Heb je dit wel door, probeer het dan eens uit in beweging. In stap blijf je met je billen in het zadel, in draf net niet, en in galop kies je wat het beste voelt.

De verlichte zit komt dichter bij de “wegrenstand” dan dressuurzit, en helpt je heupen om voldoende ontspanning te vinden om te gaan veren, waardoor je de beweging van je paard weer kunt volgen en je handen en benen zacht kunnen worden. Fijn voor jouw lijf en voor dat van je paard!

Wil je hier graag hulp bij?

Op mijn Jokers (simulatiepaarden) laat ik je voelen hoe je een correcte verlichte zit aanneemt en wat het effect is op de gezamenlijke balans met je paard. Als je dit combineert met de laagdrempelige, maar supereffectieve valtraining in het Ruitertraject Veilige Basis, oefen je ook met bijtijds herkennen van je grenzen, spanning afvloeien en zacht landen. Geschikt voor elke leeftijd; we hebben al meerdere 70-plussers mogen verwelkomen bij deze training!